Gemeenten niet klaar voor monumentenzorg

Gemeenten krijgen een belangrijke rol in de monumentenzorg, maar zijn daar nog niet klaar voor. Cultuurhistorie is in de praktijk vaak afhankelijk van de persoonlijke voorkeur van een wethouder of een ambtenaar. Zowel vanuit cultureel als financieel oogpunt is het van groot belang dat er bij de lokale overheden een kentering optreedt, aldus Pieter Baars.

Gemeenten moeten volgend jaar rekening houden met alle cultuurhistorische waarden van monumenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Hiervoor worden de Monumentenwet en het Besluit ruimtelijke ordening aangepast. In de beleidsbrief MoMo (Modernisering Monumentenzorg) is specifiek aangekondigd dat cultuurhistorische waarden de inspiratiebron moeten zijn bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dat gaat verder dan alleen rekening houden met archeologische waarden van monumenten. Ook worden gemeenten geacht proactief mee te denken over het cultureel erfgoed, en niet pas in beeld te komen bij de vergunningsverstrekking.

Dit kan gemeenten aanzienlijke voordelen opleveren. Niet alleen door een grotere culturele rijkdom, maar ook door een groeiende inkomstenbron. Monumentenzorg zorgt voor investeringen in de lokale economie, met name in hooggekwalificeerde arbeid in de restauratiebouw, zo staat in het adviesrapport Investeren in monumenten 2010 van het Restauratiefonds. Daarnaast profiteren eigenaren van woonhuismonumenten en omwonenden van de hogere vastgoedwaarden die monumenten hebben ten opzichte van gewone panden. De hogere vastgoedwaarde van historische gebouwen levert gemeenten extra inkomsten op via de onroerendezaakbelasting. De lokale economie krijgt voorts een impuls dankzij toerisme en extra toeristenbelasting. Een omgeving met veel cultureel erfgoed is verder een aantrekkelijke vestigingsplaats voor hoogopgeleide en creatieve mensen en bedrijven.

Maar veel gemeenten hebben moeite om deze kansen te verzilveren. Zij staan voor de uitdaging om voldoende capaciteit voor en deskundigheid over cultureel erfgoed vrij te maken. Momenteel heeft ongeveer de helft van de Nederlandse gemeenten slechts 0,1 tot 0,5 fte beschikbaar voor het opstellen en uitvoeren van monumentenbeleid. Hiertoe behoren ook gemeenten met meer dan honderd rijksmonumenten. In veel kleinere gemeenten is monumentenzorg slechts een bijkomende taak van ambtenaren bouw- en woningtoezicht. Cultuurhistorie is daarmee vaak afhankelijk van de persoonlijke voorkeur van een wethouder of een ambtenaar.

Al twee jaar geleden constateerde de Erfgoedinspectie dat het gebrek aan deskundigheid en capaciteit bij zestien gemeenten met 150 tot 200 duizend inwoners zijn sporen nalaat. Zo is onder andere inzicht in de aanwezige cultuurhistorische waarden onvoldoende aanwezig en er is gebrek aan toezicht op de uitvoering van de restauraties. Veelzeggend is ook dat één op de drie gemeenteambtenaren monumentenzorg de eigen gemeente nog niet in staat acht om het behoud van cultuurhistorisch erfgoed op doordachte wijze in te passen in de ruimtelijke ordening. Bezuinigingen dreigen de kennis van en de capaciteit voor cultuurhistorie nog verder uit te hollen.

Zowel vanuit cultureel als financieel oogpunt is het van groot belang dat er bij gemeenten een kentering optreedt in het beleid voor monumentenzorg. Capaciteitsuitbreiding is nodig, samenwerking tussen diensten is nodig en deskundigheid moet worden bevorderd. Actieve steun vanuit het Rijk is gewenst, ook omdat het Rijk profiteert van betere monumentenzorg. Bezuinigingen dreigen de kennis van en de capaciteit voor cultuurhistorie nog verder uit te hollen. In deze omstandigheden hoort de oprichting van een Erfgoedacademie een kans te krijgen, een initiatief dat tot nu toe weinig steun kreeg van Rijk en gemeenten. Ook provincies kunnen de helpende hand reiken, met name door ervoor te zorgen dat de provinciale Steunpunten, de Monumentenwacht en provinciale welstands- en monumentenorganisaties goed functioneren. Gezamenlijke krachten zijn nodig om de vele kansen van onze rijke cultuurhistorie te benutten. Vanuit de wet- en regelgeving is de voorzet gedaan. Het woord is nu aan Rijk, provincies en gemeenten.

Auteur: Pieter Baars (hoofd communicatie & strategie bij het Nationaal Restauratiefonds)

Publicatiedatum: 15 december 2010

Bron: http://www.sconline.nl/artikelen/details/2010/12-december/15/Gemeenten-niet-klaar-voor-monumentenzorg.html

Steunpunt Archeologie en jonge Monumenten Flevoland