Gedeputeerde Jaap Lodders op excursie met het Steunpunt

Excursie met Jaap Lodders, lid van de Gedeputeerde Staten van Flevoland (foto Provincie Flevoland 2012)Donderdag 5 april 2012 maakte gedeputeerde Jaap Lodders onder leiding van het Steunpunt Archeologie en jonge Monumenten Flevoland een archeologische excursie in de provincie Flevoland. Hij deed hiervan verslag op zijn website:

Archeologie, ook een provinciale taak (07-04-2012)

Ondanks de nog jonge geschiedenis van Flevoland, heeft onze provincie een enorme hoeveelheid archeologisch erfgoed. Afgelopen donderdag heb ik een excursie gemaakt langs een aantal archeologische objecten. De excursie stond onder leiding van André van Holk, Hoogleraar Maritieme Archeologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens coördinator Steunpunt Archeologie en Monumenten Flevoland, en Dick Velthuizen, archeoloog bij het Nieuwland Erfgoedcentrum.

De vele scheepswrakken in de Flevolandse bodem zijn  qua archeologie het meest bekend. In totaal zijn er tijdens en na de drooglegging 435 scheepswrakken aangetroffen, met ruim 33.000 voorwerpen. Daarmee is Flevoland het grootste droge scheepskerkhof ter wereld.

Bij een scheepswrak zijn voor archeologen drie elementen van belang. Bij het schip zelf gaat het vooral over hoe het gebouwd is en hoe de scheepsbouw zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. Het tweede element is de lading. Daaruit kan de gevolgde route en de functie van het schip worden afgeleid. Vaak geeft het ook een beeld van de samenleving in die tijd. En tot slot de inventaris. De voorwerpen die bij het schip horen geven informatie hoe men leefde aan boord van het schip.

De drie elementen bij elkaar, en dat vanuit de talloze schepen die in de Flevolandse bodem zijn gevonden, geven een geweldig inzicht in de Nederlandse en Europese geschiedenis. Het zijn immers niet alleen Nederlandse schepen die zijn vergaan op de voormalige Zuiderzee.
Bovendien waren het niet alleen vissersschepen. De internationale handel vond voor het belangrijkste deel plaats via de Zuiderzee. En niet onbelangrijk: het transport van mensen, seizoensarbeiders die vanuit Noord en Oost Europa in de Lage Landen, veelal bij boeren, kwamen werken.

Van de ongeveer 435 scheepswrakken die tijdens en na de inpoldering werden gevonden, zijn er 68 in de grond bewaard gebleven. Door het droogvallen van de polders, de aanleg van drainage en het graven van greppels en sloten kwam het grondwaterpeil een stuk lager te liggen. Het kleipakket waarin de schepen liggen gaat daardoor uitdrogen waardoor de wrakken aan zuurstof worden blootgesteld. Uiteraard maakt dit onderdeel uit van het inpolderings- en ontginningsproces. Het was wel reden om aan het einde van de jaren '70 van de vorige eeuw op zoek te gaan naar een manier om de aantasting van het hout te vertragen.

De methode die momenteel wordt toegepast wordt inkuilen genoemd. Met behulp van folie is het mogelijk om de grondwaterstand rond het schip te verhogen.
Het is onmogelijk om alle wrakken die nog in de grond liggen op te graven. Met deze methode blijven bijzondere scheepswrakken zodanig beschermd dat ze bewaard blijven voor toekomstig onderzoek.

Swifterbantcultuur
Een ander vorm van archeologie is de zogenaamde Swifterbantcultuur. De Swifterbantcultuur komt uit de periode van 5300 tot 3400 voor Christus. De cultuur is genoemd naar het dorp Swifterbant. Tijdens de ontginning van Oostelijk Flevoland begin jaren 70 werden rond Swifterbant de eerste vondsten gedaan van deze cultuur. Tot dat moment werd gedacht dat de Hunnebeddencultuur in Drenthe de oudste cultuur in Nederland was.

Bijzonder aan de Swifterbantcultuur is dat men (de Swifterbantmens) op een vaste plek ging wonen. Voor die tijd trok de mens al jagend door de uitgestrekte drassige vlakten van Nederland. Het gebied dat later door de zee werd verzwolgen, waardoor de Zuiderzee ontstond, was in die periode een delta met veel rivieren en kreken. Men leefde langs de oevers van de rivieren. In de omgeving van Swifterbant zijn skeletten en gebruiksvoorwerpen in de grond gevonden. Ook zijn er resten gevonden waaruit opgemaakt kon worden dat de Swifterbantmens landbouw bedreef. Dat gegeven maakt duidelijk dat op Flevolands grondgebied het oudste landbouwgebied van Nederland ligt.

Bijzonder tijdens de excursie was hoe archeoloog Velthuizen door middel van metersdiepe grondboringen liet zien hoe de bodem er rond Swifterbant uit ziet en op basis waarvan archeologen kunnen bepalen of er op de bewuste plek in de prehistorie mensen hebben geleefd. Op basis van dezelfde soort boringen hebben archeologen nauwkeurig de stroomgebieden van de rivieren en kreken in kaart kunnen brengen.

Provinciale taak
Doel van de excursie was kennis maken met archeologie in Flevoland, in relatie tot de taken die de provincie heeft op dit gebied. Door de invoering van de Wet op de Archelogische Monumentenzorg (WAMZ) in Nederland heeft de provincie nieuwe taken op het gebied van archeologie gekregen. Zo zorgt de provincie voor een goed beheer van archeologische bodemvondsten in een depot. Ook wijst de provincie archeologische aandachtsgebieden aan. In bijzondere situaties is de provincie financieel achtervang bij projecten.

De verantwoordelijkheid voor archeologie ligt in eerste instantie bij de gemeenten. Zij verlenen de meeste vergunningen zoals bouw-, sloop- en aanlegvergunningen. Hierbij moeten ze rekening houden met archeologie. De provincie verleent ontgrondingsvergunningen, waarbij ook beoordeelt wordt of er voldoende met archeologie rekening wordt gehouden.

In 1992 is door de lidstaten van de Raad van Europa het Europese Verdrag van Valletta gesloten, beter bekend als het Verdrag van Malta. Uitgangspunt is 'om de bodemwaarden zoveel mogelijk te beschermen door ze in de bodem te behouden'. Het verdrag is in 1998 door het Nederlands parlement goedgekeurd en heeft uiteindelijk geleid tot de Wet op de archeologische monumentenzorg. Hiermee zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta binnen de Nederlandse wetgeving bevestigd.

Uitgangspunt van de WAMZ is om archeologische waarden te beschermen, zonder meer maatschappelijke last te veroorzaken dan nodig is. Wat er moet gebeuren, verschilt per gebied en regio, dus niet alle activiteiten zijn even ingrijpend.

Op dit moment wordt de herijking van het cultuurbeleid ambtelijk voorbereid. Rond de zomer zal daarover besluitvorming plaatsvinden door Provinciale Staten. Archeologie zal daarin ook weer een belangrijk onderdeel worden. Want wat we in Flevoland hebben is uniek en daar mogen we trots op zijn.

Lees het artikel op de website van Jaap Lodders

Steunpunt Archeologie en jonge Monumenten Flevoland