Erfgoedzorg sinds 1 januari geborgd in de ruimtelijke ordening

Eén van de pijlers uit de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) van het Rijk betreft het opnemen van cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening. Met de wijziging van het Artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) op 1 januari 2012 heeft dit haar beslag gekregen. Deze wijziging verplicht gemeenten nu om het aspect cultureel erfgoed expliciet mee te wegen bij de vaststelling van een bestemmingsplan. De wijze waarop is echter niet bepaald. De minimale eis is dat in de toelichting een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop hiermee rekening is gehouden. Het is dus vervolgens aan de gemeenten zelf om te bepalen hoe zij hiermee om gaan. Volstaan zij met het noemen van cultureel erfgoed in de toelichting of wordt er ook een juridische regeling in het bestemmingsplan opgenomen? En wat is het verschil met de situatie voor 1 januari?

Ingezonden

Het systeem van de Wet ruimtelijke ordening gaat uit van een scheiding tussen normstelling en beleid. De normstelling is opgenomen in instrumenten zoals het bestemmingsplan. Het beleid wordt vastgelegd in structuurvisies. Vanzelfsprekend was cultureel erfgoed al één van de aspecten die werd meegewogen bij het opstellen van plannen. Zo bevatten veel bestemmingsplannen al regelingen die als doel hebben bepaalde cultuurhistorische waarden in een plangebied te beschermen. Een concreet voorbeeld betreft bestemmingsplannen, waarvan de plangebieden een 'beschermd stads- of dorpsgezicht' bevatten.  Voor dergelijke gebieden schrijft de Monumentenwet 1988 expliciet voor, dat gemeenten een beschermend bestemmingsplan vaststellen. Maar ook buiten deze wettelijke verplichting waren veel gemeenten zich al bewust van de zorg voor erfgoed, en hebben ze op eigen initiatief in bestemmingsplannen al beschermende regelingen en cultuurhistorische paragrafen opgenomen.

Deze opname is nu verplicht als uitvloeisel van de modernisering van de monumentenzorg. Uitgangspunt hiervan is een verschuiving van object- naar gebiedsgerichte bescherming. Of zoals het rijk in de Visie Erfgoed en ruimte "Kiezen voor karakter" stelt: van collectie naar connectie. Om niet alleen het object te beschermen (via de monumentenwetgeving), maar ook de (ruimtelijke) context, stelt het rijk voor om gebruik te maken van de bestaande instrumenten van het ruimtelijk ordeningsstelsel. Dat betekent dat het rijk expliciet voorschrijft om waarden, die niet beschermd zijn op basis van de monumentenwetgeving, te beschermen in de ruimtelijke ordening. In bestemmingsplannen kunnen regelingen worden opgenomen voor veel soorten cultuurhistorische waarden, zowel objecten als gebiedseenheden. Het kan hierbij gaan om bijvoorbeeld de bescherming van karakteristieke panden, monumentale bomen, molenbiotopen en  landschapselementen. De inventarisatie en waardering van deze waarden vindt niet plaats in het uitvoeringsinstrument, maar in een beleidsdocument. Het instrument hiervoor is, zoals hierboven beschreven, de structuurvisie.

Daarnaast heeft de moderne monumentenzorg een ontwikkelingsgericht karakter. Het doel daarvan is om de erfgoedzorg te koppelen aan andere ruimtelijke ontwikkelingsopgaven, bijvoorbeeld op het gebied van economie, toerisme, veiligheid en duurzaamheid. Dit eist een integrale benadering van erfgoed op beleidsniveau. Zoals hierboven gesteld, wordt beleid conform de Wro opgenomen in de structuurvisie. De wijziging van het Bro stelt dus niet alleen eisen aan de toelichting van een bestemmingsplan, maar zeker ook aan de (gemeentelijke) structuurvisie. Om de erfgoedzorg te kunnen koppelen aan het ruimtelijke ordeningssysteem, is het van belang om in een vroegtijdig stadium het aanwezige erfgoed te inventariseren. In de structuurvisie kan vervolgens een waardering worden toegekend aan het aanwezige culturele erfgoed. Zowel bij het opstellen van beheerregelingen (conserverende bestemmingsplannen en beheersverordeningen) als bij het mogelijk maken van ruimtelijke ontwikkelingen (via ontwikkelingsgerichte bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen) is dan duidelijk hoe met cultureel erfgoed rekening moet worden gehouden en hoe dit moet worden beschermd.

Voor een uitgebreide beschrijving van de gebieds- en ontwikkelingsgerichte erfgoedzorg in de ruimtelijke ordening en een overzicht van de toepasselijke wet- en regelgeving verwijzen we naar het boek 'Cultureel erfgoed en ruimte', uitgegeven door Berghauser Pont Publishing. Kijk hier voor meer informatie.

Op 13 maart 2012 geven we bij Berghauser Pont Acadamy een cursus over dit onderwerp. Kijk hier voor meer informatie.

Joske Poelstra, projectleider en juridisch adviseur omgevingsrecht bij Buro Vijn
Rob Schram, projectleider en stedenbouwkundige bij RBOI Rotterdam

Bron: De Erfgoedstem, 16 januari 2012

Steunpunt Archeologie en jonge Monumenten Flevoland