Archief 'uitgelicht'

Viskwekerij aan de Kamperweg te Lelystad

ViskwekerijDe bebouwing op het terrein van de voormalige viskwekerij is van groot cultuurhistorisch belang vanwege de bijzondere activiteiten die hier plaats hebben gevonden. De viskwekerij was het eerste industriële complex van Lelystad. Het complex heeft ook landschappelijke waarde. Door de aanwezigheid van singels en houtstruwelen langs en op de kaden van de voormalige kweekvijvers is de bijzondere structuur van de voormalige viskwekerij nog duidelijk in het landschap zichtbaar. Deze structuur en de aanwezigheid van de voormalige dienstwoningen vormen samen een tastbaar stuk geschiedenis dat past bij het innoverende karakter van het nieuwe land. Het viskwekerijcomplex was indertijd zeer vernieuwend en experimenteel. Het is dan ook zeker een pijler van de zo typische pioniersgeest. Het is een uitdrukking van de sociaaleconomische ontwikkeling, het scheppen van werkgelegenheid in een jonge stad. Het viskwekerijcomplex, of wat er nog van over is, is dus een belangrijk stuk industrieel erfgoed van Lelystad.
Het Steunpunt voltooide in 2014 een waardestelling (pdf document).

NB op 10 mei 2015 brandde één van de dienstwoningen op het terrein uit. Bekijk het nieuwsitem op de website van Omroep Flevoland.

____________________________________________________________________________

Diepvrieshuisjes in de Noordoostpolder

In enkele dorpen in de Noordoostpolder bevinden zich diepvrieshuisjes. De diepvrieshuisjes diepvrieshuisje tollebeek stammen uit de jaren vijftig, waarin de aanschaf van een eigen diepvries voor gezinnen te duur was. Op meerdere plekken in Nederland zijn dergelijke huisjes gebouwd. De diepvrieshuisjes vormden een welkome aanvulling op de bewaarmogelijkheden van voedsel in een tijd dat iedereen in bepaalde mate zelfvoorzienend was met een eigen moestuin en vaak ook een varken.
De huisjes werden doorgaans door een coöperatieve diepvriesvereniging beheerd. Leden van deze vereniging konden een diepvrieslade in het huisje huren. Aanvankelijk één lade per gezin, later, toen de belangstelling afnam, twee of drie per gezin.
In Marknesse werd omstreeks 1950 een diepvrieshuisje gebouwd aan de Lage Sluiswal. Ook Luttelgeest en Tollebeek hebben nog een diepvriesgebouwtje. Het diepvrieshuisje van Tollebeek werd gebouwd in 1958 en gesloten in 1989. In de huisjes bevindt zich een carrousel met een honderdtal lades. Bij binnenkomst zijn twee lagen lades zichtbaar. Met een drukknop kan de carrousel gedraaid worden tot de gehuurde lade voorkwam die met een eigen sleutel geopend kon worden.

Foto: het diepvrieshuisje in Tollenbeek
____________________________________________________________________________

Gemaal H.J. Lovink

10. gemaal lovink oud 9017097 1 jpgTijdens de inpoldering van Oostelijk Flevoland in 1957 zorgde het gemaal Lovink met het gemaal Colijn bij Ketelhaven en het gemaal Wortman bij Lelystad voor het droogmalen van Oostelijk Flevoland. Het gemaal is vernoemd naar dr. H.J. Lovink (1866-1938), de voorzitter van de Staatscommissie die de landbouwkundige en economische kanten van het Zuiderzeeproject behandelde. Het gemaal, gebouwd in 1957 naar ontwerp van architect Dirk Roosenburg (1887-1962), bestaat uit een gebouw met meerdere bouwlagen op een rechthoekig grondplan. Het gebouw ligt deels in de dijk.
Het gemaal is door de overheid vanwege haar algemeen belang in 2010 aangewezen als rijksmonument. Allereerst vanwege cultuurhistorische waarden, als mijlpaal van de naoorlogse drooglegging van de zuidelijke polder. Het gemaal heeft een voor een gemaal bovengemiddelde architectuur en is een toonbeeld van de Wederopbouw door het vormen van nieuw land op de zeebodem. Het gemaal is met haar modernistische vormgeving van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische waarden en neemt een belangrijke positie in het oeuvre van waterstaatkundige werken van Bureau Roosenburg in. Het gemaal is ook van algemeen belang vanwege de monumentale kunst. Het keramisch reliëf op de kopgevel verwijst naar de bijzondere betekenis van het gemaal voor Flevoland: nieuw (boeren)land op de zeebodem. Ensemblewaarde is toegekend, omdat het gemaal deel uitmaakt van het bemalingssysteem dat in 1957 Oostelijk Flevoland drooglegde. Het gebouw en de pompinstallatie zijn in goede staat. Het gemaal is het eerste rijksmonument in Oostelijk Flevoland.

Foto: Gemaal Lovink bij Biddinghuizen, 1957 (J. Potuyt)
____________________________________________________________________________

Lelystad, een new town

kubusHet stedelijk karakter van Lelystad, met name de hoofdstructuur en de opzet van de eerste woonwijken, is in belangrijke mate bepaald door de opvattingen van de befaamde 'CIAM'-beweging (Congrès International d'Architecture Moderne). Begin jaren zestig maakte Cornelis van Eesteren in opdracht van de rijksoverheid een stedenbouwkundig ontwerp. Van Eesteren was op dat moment een van Nederlands belangrijkste stedenbouwkundigen en aanhanger van het CIAM-gedachtegoed. Hij ontwierp een plan voor een modernistisch functionele stad, met een omvang van 50.000 inwoners en een uiteindelijk plafond van 100.000 inwoners. De CIAM-opvattingen zijn terug te vinden in de oorspronkelijke opzet van Lelystad. Belangrijke karakteristieken zijn: de strikte scheiding tussen de functies wonen, werken, recreatie en verkeer en een opbouw in meerdere niveaus. Dit komt ondermeer tot uiting in de rechthoekige rasterstructuur van de stad met dreven voor snelverkeer, de wooneilanden, een centrumzone, en de typische verhoogde fiets- en voetgangersbruggen die de stad doorkruisen.

____________________________________________________________________________

Noordoostpolder als Belvedèregebied

Poldertoren EmmeloordIn 1999 is op initiatief van de ministeries van OC&W, LNV, VROM en V&W de beleidsnota Belvedère uitgebracht. In deze nota staat centraal de instandhouding, versterking en verdere ontwikkeling van de cultuurhistorische identiteit van een gebied of stad door een betere benutting van de cultuurhistorische kwaliteiten bij aanpassingen. 'Behoud door ontwikkeling' is daarbij het credo. Bij cultuurhistorische identiteit kan worden gedacht aan archeologische resten, historische cultuurlandschappen en gebouwde monumenten. In het kader van de nota is een aantal cultuurhistorisch meest waardevolle gebieden en steden in Nederland in kaart gebracht. In deze nota is de Noordoostpolder (dat wil zeggen het grondgebied van de gemeenten Noordoostpolder en Urk) aangemerkt als Belvedèregebied. De Noordoostpolder wordt van uitzonderlijk universele betekenis geacht, als duidelijk voorbeeld van een rationeel landschap uit de twintigste eeuw waarin twee voormalige eilanden (Urk en Schokland) als zelfstandige elementen zijn opgenomen. Het originele ontwerp is nog duidelijk zichtbaar en het landschap nog grotendeels authentiek. In de gehele polder zijn de bouwkundige en stedenbouwkundige invloeden van de Delftse School te herkennen. Schokland en omgeving zijn van universele betekenis, omdat ze getuigen van de eeuwenlange strijd tegen het water. Urk is nooit ontruimd, maar heeft een rijke historie. Rond beide eilanden zijn veel bewoningssporen te vinden met een grote tijdsdiepte en hoge ensemblewaarde.

____________________________________________________________________________

Almere

Zuidelijk Flevoland: Almere. Aankomst eerste bewoners.

New town Almere is gebouwd volgens het meerkernigheids-principe. De stad werd niet als één grote stad gebouwd en ontwikkeld, maar als een groep kernen van verschillende grootte. De keuze voor deze gefaseerde groei was mede ingegeven door de moeizame ontwikkeling van Lelystad, dat als één woonkern was ontworpen. Omdat het stadsplan van Lelystad pas decennia later tot een voltooid stadslichaam leidde, woonden Lelystedelingen lange tijd in een incomplete omgeving. Het wonen in Almere moest een alternatief vormen voor het wonen in de drukke Randstad. Almere kreeg daarom veel openbare groenvoorzieningen en laagbouwwoningen met tuin.

De verschillende stadsdelen hebben elk een eigen karakter. Almere Haven werd gebouwd als een modern Zuiderzeestadje met een gecompliceerd stratenpatroon en veel diversiteit in de woningbouw. Almere Stad moest het toekomstig stadshart gaan vormen en kreeg daarom een modern stedelijk aanzien met veel rechte lijnen, grote bouwprojecten en minder openbaar groen in de wijken. Almere Buiten werd gerelateerd aan de polderverkaveling en oogt daarom eenvoudig van opzet met veel groen in de wijken.

De meerkernige opzet van Almere is geen statisch idee. Sinds de jaren negentig borduurt Almere voort op het zogenaamde bandstadconcept, dat ervan uitgaat dat steden of stadsdelen zich rondom belangrijke infrastructuren aaneenrijgen. Almere Stad en Almere Buiten zijn de afgelopen jaren daadwerkelijk steeds meer aaneengegroeid. De komende jaren staat Almere voor een grote schaalsprong, waarbij het inwoneraantal moet groeien tot 350.000 inwoners in 2030.

Foto: Zuidelijk Flevoland: Almere. Aankomst eerste bewoners. (Fotocollectie Nieuw Land. Rijksdienst voor de IJssemeerpolders)

____________________________________________________________________________

Werkeiland Lelystad

Werkeiland Lelystad (eerst Perceel P) werd tussen 1950 en 1952 precies midden in het IJsselmeer aangelegd met de opzet het zo kort mogelijk een eiland te laten zijn. Het werkeiland was bedoeld als bouwput voor één van de drie gemalen van Oostelijk Flevoland. In haar vrij korte periode van bestaan ontwikkelde zich een hechte samenleving van mensen, die door het bijzondere isolement op elkaar waren aangewezen.  In de eenvoudige woningen op het werkeiland werden de pioniers met hun gezinnen gehuisvest, aanvankelijk in houten barakken, later in bakstenen huisjes. Vanwege de materiaalschaarste werden de bakstenen, waarmee de woningen werden opgetrokken, op z'n kant gemetseld, wat een fraaie uitstraling opleverde.
Werkeiland LelystadNa al die jaren is het vroegere werkeiland nog steeds goed herkenbaar, hoewel vanaf de zuidzijde ingesloten door de nieuwbouwwijken van Lelystad. Om het vroegere werkeiland is inmiddels een discussie gaande, die erom gaat dit oudste stukje van Lelystad als cultuurhistorisch monument te behouden. De gemeente Lelystad heeft met een projectontwikkelaar een overeenkomst gesloten, waarbij de projectontwikkelaar een aantal oude woningen renoveert, met als tegenprestatie de toestemming om op het werkeiland een drietal moderne woningblokken met appartementen te bouwen. Een aantal bewoners is in het geweer gekomen tegen de nieuwbouwplannen. Ook heeft Heemschut het werkeiland met de oude pionierswoningen voorgedragen als rijksmonument. Heemschut beschouwt het werkeiland met de woningen als een uniek monument van de inpolderingsgeschiedenis. Het werkeiland is voor een deel al aangetast, door de sloop van de voormalig centraal gelegen kantine en het wijzigen van het oorspronkelijke stratenplan.

____________________________________________________________________________

Schokbetonnen schuren in de Noordoostpolder

Omdat tijdens de bezettingsjaren en de periode vlak na de bevrijding de bedrijfsuitgifte stagneerde, moest de grond na 1945 versneld in gebruik worden genomen. Daarvoor was een boerderij nodig die snel en met weinig materiaal en arbeiders kon worden gebouwd. De Directie van de Wieringermeer koos voor de prefab-schuur van schokbeton.

In de periode tussen 1949 en 1958 liet de Directie van de Wieringermeer maar liefst 978 schuren door de NV Schokbeton, die om die reden een grote fabriek in Kampen had, neerzetten. De agrarische bedrijfsruimten hadden zowel wanden als stalzolders van geprefabriceerde betonnen elementen. Alleen de vloer moest nog op de bouwplaats worden gemaakt. Zonder voorbereidingen en afwerking konden de wandenelementen en de spanten van een schokbetonnen schuur in drie dagen Schokbetonschuurtijd rechtop worden gezet.
De montageschuren zijn in drie series gerealiseerd, alle met verschillende dwarsprofielen en uiteenlopende lengtes en indelingen. In totaal zijn er montageschuren met 37 verschillende plattegronden gebouwd. In de eerste serie werden de schuren gebouwd met de vlakke zijden van de cassetteplaten aan de buitenzijde. In de volgende series werden de platen met de verdiepte panelen naar de buitenzijde gekeerd. Dit heeft de schokbetonnen schuren hun markante uiterlijk opgeleverd.
Toen de schokbetonnen schuren in de jaren veertig en vijftig werden gebouwd, was hun uiterlijk meer verwant aan industriële loodsen dan aan de regionale boerderijtypen. De Noordoostpolder is de enige plek waar deze schuren voorkomen. Hun bijzondere architectuur en geschiedenis weerspiegelt de geest van de naoorlogse wederopbouwperiode. Eén van de schokbetonnen schuren, daterend uit 1951 en oorspronkelijk gesitueerd bij Emmeloord, is herbouwd naast het Nieuw Land Erfgoedcentrum (zie foto). In deze schuur wordt op dit moment een scheepswrak tentoongesteld.

____________________________________________________________________________

Gemeente Almere

New town Almere is gebouwd volgens het meerkernigheids-principe. De stad werd niet als één grote stad gebouwd en ontwikkeld, maar als een groep kernen van verschillende grootte. De keuze voor deze gefaseerde groei was mede ingegeven door de moeizame ontwikkeling van Lelystad, dat als één woonkern was ontworpen. Omdat het stadsplan van Lelystad pas decennia later tot een voltooid stadslichaam leidde, woonden Lelystedelingen lange tijd in een incomplete omgeving. Het wonen in Almere moest een alternatief vormen voor het wonen in de drukke Randstad. Almere kreeg daarom veel openbare groenvoorzieningen en laagbouwwoningen met tuin. Rooie Donders Almere Buiten
De verschillende stadsdelen hebben elk een eigen karakter. Almere Haven werd gebouwd als een modern Zuiderzeestadje met een gecompliceerd stratenpatroon en veel diversiteit in de woningbouw. Almere Stad moest het toekomstig stadshart gaan vormen en kreeg daarom een modern stedelijk aanzien met veel rechte lijnen, grote bouwprojecten en minder openbaar groen in de wijken. Almere Buiten werd gerelateerd aan de polderverkaveling en oogt daarom eenvoudig van opzet met veel groen in de wijken.
De meerkernige opzet van Almere is geen statisch idee. Sinds de jaren negentig borduurt Almere voort op het zogenaamde bandstadconcept, dat ervan uitgaat dat steden of stadsdelen zich rondom belangrijke infrastructuren aaneenrijgen. Almere Stad en Almere Buiten zijn de afgelopen jaren daadwerkelijk steeds meer aaneengegroeid. De komende jaren staat Almere voor een grote schaalsprong, waarbij het inwoneraantal moet groeien tot 350.000 inwoners in 2030.

Foto: Rooie donders, Almere Buiten

____________________________________________________________________________

Diepvrieshuisjes in de Noordoostpolder

In enkele dorpen in de Noordoostpolder bevinden zich diepvrieshuisjes. De diepvrieshuisjes stammen uit de jaren vijftig, waarin de aanschaf van een eigen Diepvrieshuisje Tollebeekdiepvries voor gezinnen te duur was. Op meerdere plekken in Nederland zijn dergelijke huisjes gebouwd.
De diepvrieshuisjes vormden een welkome aanvulling op de bewaarmogelijkheden van voedsel in een tijd dat iedereen in bepaalde mate zelfvoorzienend was met een eigen moestuin en vaak ook een varken.
De huisjes werden doorgaans door een coöperatieve diepvriesvereniging beheerd. Leden van deze vereniging konden een diepvrieslade in het huisje huren. Aanvankelijk één lade per gezin, later, toen de belangstelling afnam, twee of drie per gezin.
In Marknesse werd omstreeks 1950 een diepvrieshuisje gebouwd aan de Lage Sluiswal (op die plek staat tegenwoordig een toiletgebouwtje voor passerende schepen). Ook Luttelgeest en Tollebeek (foto) hebben nog een diepvriesgebouwtje. Het diepvrieshuisje van Tollebeek werd gebouwd in 1958 en gesloten in 1989. In de huisjes bevindt zich een carrousel met een honderdtal lades. Bij binnenkomst zijn twee lagen lades zichtbaar. Met een drukknop kan de carrousel gedraaid worden tot de gehuurde lade voorkwam die met een eigen sleutel geopend kon worden.
Landschapsbeheer Flevoland richt zich in haar zorg voor cultuurhistorie met name op groene elementen en elementen die (nog) geen beschermde status genieten. Zij heeft de diepvrieshuisjes opgemerkt en gaat onderzoeken hoe dit erfgoed op het beste bewaard kan worden. Contactpersoon: Lodewijk van Kemenade.

____________________________________________________________________________

Nagele

De meeste dorpen in de Noordoostpolder zijn op traditionele wijze gebouwd volgens de inzichten van de Delftse School. Nagele is daarentegen tussen 1946 tot 1964 vormgegeven volgens de functionalistische ideeën van het Nieuwe Bouwen. Onder anderen de Nagele 2011architecten Cornelis van Eesteren, M. Kamerling, Aldo van Eyck en Gerrit Rietveld werkten mee.
De ontwerpers wilden een overzichtelijk, modern en functioneel landarbeidersdorp.
Nagele werd systematisch en ruim opgezet. Centraal ligt een grote, parkachtige ruimte, waardoor de leegte van de polder als het ware het dorp wordt binnengehaald. De vier hoofdfuncties (wonen, werken, verkeer en recreatie) zijn van elkaar gescheiden. Religie en onderwijs vervullen een centrale rol en zijn letterlijk in het centrum van het dorp gelegen, waar ze een conceptuele en ruimtelijke samenhang hebben.Tot op de dag van vandaag wordt Nagele door binnen- en buitenlandse architectuurkenners gezien als een overtuigend en levend document van Het Nieuwe Bouwen. Het dorp is een toonbeeld van de moderne naoorlogse architectuur. Het is dan ook belangrijk om het dorp als monument te behouden. Sinds 2010 hebben de drie basisscholen in het centrum de status van rijksmonument.

Foto: Nagele

____________________________________________________________________________

Zeewolde

Zeewolde is met Almere de jongste gemeente van Flevoland. De oorspronkelijke functieZeewolde aan het water van Zeewolde was de verzorging van de boeren in het oostelijk deel van Zuidelijk Flevoland. Omdat halverwege de jaren zestig duidelijk werd dat recreatie op en aan het water groeide, werd het dorp verplaatst naar de Veluwerandmeren. Het dorp kreeg een jachthaven en er werd ruimte gereserveerd voor enkele grote vakantieparken en kampeer- en caravanterreinen.
Zeewolde is nog steeds belangrijk voor de recreatie op en rond de Veluwerandmeren. In de loop der jaren is het belang van de lichte industrie gegroeid. Zeewolde staat bekend om zijn vooruitstrevende landschaps- en natuurkunst. Op het gebied van gebouwd erfgoed zijn in Zeewolde nog geen inventarisaties gemaakt.

Foto: havenaanzicht Zeewolde 2007

____________________________________________________________________________

Werelderfgoed Schokland

Het Kerkje op Schokland (Falco Hassink) Het voormalig eiland Schokland, gelegen in de Noordoostpolder, heeft in 1995 door UNESCO als eerste erfgoed in Nederland de status van Werelderfgoed gekregen. Bij de inschrijving gold als overweging dat de site de laatste resten bevat van prehistorische en vroeg-historische leefgemeenschappen op veenland dat onder de permanente bedreiging van de zee lag. Schokland illustreert hoe mensen altijd hun omgeving hebben benut en beïnvloed zijn door veenontginning en het Zuiderzeeproject. Schokland maakt deel uit van de drooglegging van de voormalige Zuiderzee en is daarmee ook deel van de nooit aflatende strijd van de Nederlanders tegen het water en van één van de grootste visionaire en technische werken van de twintigste eeuw. Het voormalig eiland toont op een klein gebied de geschiedenis van laag Nederland.

Bron: Werelderfgoed en Schokland

___________________________________________________________________________

Ontginningsboerderijen in de Noordoostpolder

Ontginningsboerderij in de NoordoostpolderIn het oostelijke deel van de Noordoostpolder werden 62 ontginningsboerderijen van het type 'Wieringermeer' gebouwd. Kenmerkend voor dit type is de traditionele bouwwijze: houten driescharnierspanten, een houten kapconstructie, systeemvloeren, wanden in baksteen en een dakbedekking van rode pannen. Per 500 hectare was één boerderij voorzien. De ontginningsboerderijen zijn in de eerste plaats gebouwd om ze te gebruiken bij het in cultuur brengen van de drooggelegde gronden. Daarnaast dienden ze om proeven uit te voeren met verschillende soorten zaaigoed en gewassen.
De ontginningsboerderijen van de Noordoostpolder zijn bijzonder. De traditionele bouwwijze is een continuering van het 'oude' boerderijtype dat al in de Wieringermeer in gebruik was. De ontginningsboerderijen vormen de materiële neerslag van een bepaalde manier van denken van de overheid over de inrichting van de Noordoostpolder. Ook is deze groep boerderijen de enige in Flevoland die speciaal is ontworpen voor de ontginning. Door de komst van de prefab-schuur (de schokbetonnen schuur) verdween de Wieringermeer-ontginningsboerderij na de Tweede Wereldoorlog van het toneel.

Bron: A.J. Geurts, Boerderijen in de Noordoostpolder: bouwhistorie en vormgeving 1942-1962. Publicaties Sociaal Historisch Centrum voor Flevoland, nr. 75 (Lelystad 2003)

____________________________________________________________________________

Urk

De warrige dorpsstructuur van Urk (foto SAMF 2011)In 2007 is het oude gedeelte van Urk aangewezen als beschermd dorpsgezicht op grond van de Monumentenwet 1988. Van cultuurhistorische waarde wordt genoemd dat het voormalige eiland de ruimtelijke uitdrukking vormt van de invloed van het water en van de ontwikkeling van boerendorp naar vissersdorp. De historisch-ruimtelijke waarden en situationele waarden worden gevormd door de grote hoogteverschillen en het gecompliceerde stratenpatroon en de daaruit volgende bebouwingskarakteristiek. Ondanks talloze naoorlogse inpassingen, sloop en nieuwbouw zijn de structuur en de bebouwingskarakteristiek behouden en herkenbaar gebleven. Van de voormalige Zuiderzee-eilanden is, naast Marken, alleen op Urk de cultuurhistorie en structuur van de voorheen geïsoleerde vissersdorpen behouden gebleven.

Bron: 'Urk beschermd dorpsgezicht. Aanwijzingsvoorstel voor bescherming van Urk als beschermd gezicht in de zin van de Monumentenwet 1988'

____________________________________________________________________________

Delftse School in de Noordoostpolder

Koningin Julianastraat te Emmeloord, februari 2011 (foto SAMF)In de jaren dertig tot begin jaren vijftig werden de dorpen in de Noordoostpolder en de stijl van de Delftse School (ca. 1925-1955) gebouwd. Voorman van deze stedenbouwkundige en architectonische stroming was Granpré Molière. De Delftse School had invloed in heel Nederland, maar de Noordoostpolder was een groot, ruimtelijk laboratorium waarin de principes van de stroming vanaf het begin toegepast konden worden. Alle polderdorpen, met uitzondering van Nagel, en Emmeloord werden als totaalontwerp in de traditie van de Delftse School getekend en gebouwd. Kenmerkend voor deze bouwstijl zijn de rijtjes woonblokken met rode baksteen en oranjerode pannen. De bebouwing is sober uitgevoerd, maar heeft soms bijzondere details. In alle dorpen bepalen deze woonblokken met hun 'rode' uitstraling het beeld van de dorpskern en daarmee ook het dorpsaanzicht.
In de jaren vijftig raakte 'Het Nieuwe Bouwen' in zwang, wat resulteerde in 'overgangstypes'. Woningen in Tollebeek zijn bijvoorbeeld voorzien van horizontale ramen en ramen of dakkapellen die door de dakgoot steken.

Meer informatie: http://www.polderdorpen.nl/index.php?id=394

____________________________________________________________________________

Pioniersbarak in Dronten

De pioniersbarak in Dronten (SAMF 2011)In 1959 werd kamp Dronten opgeleverd, vlak na de drooglegging van Oostelijk Flevoland in 1957. Het kamp vormde de eerste bewoningskern van het huidige Dronten. Van dit kamp is nog één woonbarak overgebleven, tegenwoordig de 'pioniersbarak' genoemd. De barak is het oudste nog aanwezige gebouw van het dorp Dronten. Als zodanig staat het symbool voor de eerste pioniers die Oostelijk Flevoland hebben ontgonnen en in cultuur gebracht. Ook heeft de barak een tijdelijk onderkomen geboden aan de eerste bewoners van Dronten.
Al enige jaren is bekend dat de barak niet kan blijven staan op zijn huidige locatie in verband met de aanleg van de Hanzelijn. In 2008 is daarom door het steunpunt op aanvraag van de gemeente Dronten een adviesrapport uitgebracht over de toestand en de toekomst van de barak. Het Steunpunt adviseerde destijds om de barak te behouden vanwege zijn cultuurhistorische waarde en elders een nieuwe bestemming te geven. Anno 2011 is te constateren dat de staat van onderhoud van de barak op veel plaatsen ernstig te wensen overlaat en de barak in de huidige staat niet te hergebruiken of herbestemmen is (o.a. vanwege de aanwezigheid van asbest). Al met al is nog niet duidelijk wat er in de toekomst met de pioniersbarak zal gaan gebeuren.

____________________________________________________________________________

Kantine van het werkeiland Lelystad

Interieur van de kantine van het werkeiland, 1955 (foto Nieuw Land; Directie Wieringermeer)Op het werkeiland Lelystad werd in de jaren vijftig een kantine gebouwd. In verband met de herontwikkeling van het werkeiland moest deze voormalige kantine in 2010 worden afgebroken. Vanwege de cultuurhistorische waarden van de kantine is door de gemeente Lelystad en Nieuw Land Erfgoedcentrum in 2009 besloten om de kantine te behouden. Een nieuwe locatie is gevonden op het terrein van Nieuw Land, waar de kantine in 2011 is opgebouwd (grotendeels met nieuwe materialen) en de functie heeft gekregen van museumrestaurant. De kantine is zoveel mogelijk in originele staat teruggebracht. De gemeente Lelystad heeft voor dit project een renteloze lening beschikbaar gesteld aan Nieuw Land.

Meer info: www.restaurantdecantine.nl

____________________________________________________________________________

Viskwekerij Lelystad

In 1961 is door architect Romke de Vries een viskwekerij met bijbehorende eensgezinswoningen, een laboratorium, een werkgebouw met opslag voor visvoeders en meststoffen en een pomp- en hevelgebouw ontworpen. Van deze ontwerpen werden in eerste instantie alleen de woningen uitgevoerd. De Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij (OVB) werd eigenaar van de viskwekerij. Het warme water van de Flevocentrale werd gebruikt om jonge vissen op te kweken. Naast de kweek in het warme water werd vis gekweekt in de vijvers van de kweke Eén van de viskwekerijwoningen (foto SAMF 2011)rij. Aalscholvers uit de Oostvaardersplassen bleken echter in staat om in enkele dagen een vijver ter grootte van elf hectare leeg te eten. Vergeefs werd geprobeerd de aalscholvers te verjagen of af te schrikken. De schade voor de OVB was dermate groot dat bedrijfsvoering niet langer mogelijk bleek. De viskwekerij werd gesloten. Het gebied van de viskwekerij is inmiddels door de gemeente Lelystad aangewezen als industriegebied. In het gebied is een logistiek overslagcentrum beoogd. De gebouwde objecten van de viskwekerij hebben geen monumentale status. In 2012 zal de Erfgoedcommissie Lelystad een advies uitbrengen over een eventuele herbestemming van de viskwekerijwoningen.

 

Steunpunt Archeologie en jonge Monumenten Flevoland