Erfgoed in Flevoland

Flevoland wordt gekenmerkt door een lange geologisch-culturele ontwikkeling van land - water - land, die zichtbaar is in de aardkundige waarden en archeologie. Daarnaast kent het voormalige Zuiderzeegebied een bijzondere inpolderingsgeschiedenis die haar stempel heeft gedrukt op het landschap en gebouwde erfgoed. Deze aspecten tezamen geven een bijzonder en uniek karakter aan het Flevolandse erfgoed.

Direct naar:
Aardkundige waarden
Archeologie
Het Zuiderzeeproject
Samenvatting

Aardkundige waarden
In de ondergrond van Flevoland bevinden zich sporen van vroegere landschappen van hoge ouderdom. Doordat deze landschappen zijn afgedekt door sediment, zijn ze bijzonder goed bewaard gebleven. Het betreft oude geulsystemen, oeverwallen en rivierduinen (het oerstroomdal van de IJssel, Vecht en Eem), keileemopduikingen waarop (deels) de voormalige eilanden Urk en Schokland zijn gelegen en andere zeer oude bodems, Eemveen, en zeldzame veenresten (veenkuilengebied). Bij Emmeloord is een intact bodemprofiel uit de vroege Middeleeuwen aanwezig.

Aardkundig waardevolle gebieden van Flevoland zijn onder meer de keileembult Urk, de rivierduinen Swifterbant, het voormalig veeneiland Schokland, de oeverwallen van de Eem bij Almere, het Blokzijlzand en de veenschol bij Blokzijl en de glaciale zanden, afgezet in IJstijdomstandigheden bij het Voorsterbos. Het voormalig veeneiland Schokland en de keileembult Urk zijn door de provincie aangewezen als aardkundige monumenten. Schokland heeft de status van Unesco Werelderfgoed gekregen en de deels in Flevoland liggende IJsseldelta is verheven tot Nationaal Park.

Archeologie
In de Prehistorie woonden jagers en verzamelaars uit de Midden en Nieuwe Steentijd bij voorkeur op de hogere delen van het landschap, zoals rivierduinen en oeverwallen. Een belangrijke vestigingsplaats was het stroomgebied van de Eem, gelegen in het zuidelijke deel van de provincie, met als belangrijke opgegraven vindplaats de Hoge Vaart. Daarnaast liggen meer noordelijk de riviersystemen van IJssel en Vecht, in het zuidelijke deel van de Noordoostpolder en het noordwestelijke deel van Oostelijk Flevoland. Een belangrijke vindplaats die daar is opgegraven is 'P 14' bij Schokland. Het dorp Swifterbant heeft zijn naam gegeven aan de archeologische cultuur die in Europa bekend staat als de Swifterbantcultuur en die wordt gekenmerkt door twee bestaanswijzen: jagen/verzamelen en akkerbouw. Het belang van deze vindplaatsen heeft de provincie Flevoland tot uitdrukking gebracht door ze aan te wijzen als archeologische aandachtsgebieden en zogenaamde PArK'en: in het noordwesten van Oostelijk Flevoland het rivierduingebied Swifterbant en in de Noordoostpolder Schokland en Urk.

Als gevolg van de relatieve zeespiegelstijging vernatte het gebied gaandeweg. In de Romeinse Tijd ontstond voor het eerst open water - Lacus Flevum - dat via een nauwe verbinding in contact stond met de Noordzee. Geleidelijk aan werd deze verbinding breder en ontstond het Almere in de Middeleeuwen. De grens tussen land en water was toen niet hetzelfde als in onze tijd. Op verschillende plaatsen in de Noordoostpolder, Oostelijk Flevoland (veenrug Schokland-Elburg) en Zuidelijk Flevoland (polder en dorp Arkemheen) zijn verspoelde middeleeuwse bewoningssporen bewaard gebleven. De eilanden Urk en Schokland kenden oorspronkelijk een veel grotere omvang en de kustlijn ten zuiden van Lemmer, ten westen van Kuinre-Blankenham en ten westen van Vollenhove (Kraggenburg), lag veel verder terug in de zee. Schokland en Elburg waren verbonden door een veenrug en bij Nijkerk strekte de polder Arkemheen zich een eind westwaarts uit, de zee in.

Als gevolg van de stijgende zeespiegel ontstond vanaf 1200 de Zuiderzee die als open water in de eeuwen daarna druk bevaren werd tot aan de afsluiting van de zee in het kader van het Zuiderzeeproject. Bij de droogmaking en inrichting van het gebied werd duidelijk hoe druk bevaren de Zuiderzee in het verleden wel was toen er allerlei scheepswrakken werden gevonden. Flevoland is zelfs het grootste droge scheepskerkhof ter wereld.

Het Zuiderzeeproject
Het ontstaan van Flevoland is een direct gevolg van het grootste landaanwinningsproject ooit: het Zuiderzeeproject. Het plan dat ingenieur Cornelis Lely in 1891 maakte in dienst van de Zuiderzeevereeniging vormde de basis. Het Zuiderzeeproject besloeg meer dan 75 jaar en hield in: de afsluiting van de Zuiderzee, de aanleg en inrichting van vier polders (Wieringermeer, Noordoostpolder, Oostelijk en Zuidelijk Flevoland), en de creatie van een zoetwaterbekken, het IJsselmeer. De voormalige eilanden Urk en Schokland werden opgenomen in de Noordoostpolder. De Dienst der Zuiderzeewerken was verantwoordelijk voor de aanleg van de waterbouwkundige werken. De Directie van de Wieringermeer, de latere Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP), verzorgde de inrichting van het gebied. Ruim 1.400 hectare vruchtbare grond en dertien dorpen en twee steden werden gepland en ingericht. 

Eén van de belangrijkste doelen van het Zuiderzeeproject tot midden jaren vijftig was het creëren van extra landbouwgrond. Daarna verschoven de doelen ook naar het oplossen van de ruimteproblemen op het oude land en het gebruik van de grond voor recreatie en natuur. De functies van het Zuiderzeeproject bepaalden het landschap en de inrichting van het nieuwe land. Niets werd aan het toeval overgelaten. Het geplande karakter van het Flevolandse polderlandschap is nog steeds goed zichtbaar en een typisch kenmerk van deze provincie.

De voormalige eilanden Urk en Schokland nemen een bijzondere plaats in binnen het Flevolandse erfgoed. De eilanden, thans deel van de Noordoostpolder, weerspiegelen een continue archeologische, historische en landschappelijke ontwikkeling, die van een ver verleden in de Prehistorie doorloopt tot in het heden. Het voormalige eiland Urk heeft sinds 2007 de status van beschermd dorpsgezicht, Schokland ontving in 1995 de status van Unesco Werelderfgoed. Het eiland staat model voor de strijd van de mens tegen het water.

Het gebouwde erfgoed in de Noordoostpolder, Oostelijk en Zuidelijk Flevoland is jong en dreigt vanwege het hoge ontwikkelingstempo van de IJsselmeerpolders (nog) niet de erkenning te krijgen die nodig is voor effectieve bescherming. Het heeft daarentegen wel de potentie om een belangrijke rol te spelen voor de identiteit van de inwoners van Flevoland. Veel gebouwd erfgoed heeft betrekking op de bijzondere poldergeschiedenis: de boerderijen en landarbeiderswoningen met karakteristieke erfbeplantingen in de voor de landbouw bestemde Noordoostpolder, de gemalen die gebruikt zijn voor de droogmakingen (gemaal Lovink in Oostelijk Flevoland is in 2010 aangewezen als rijksmonument), diverse waterbouwkundige werken zoals het Werkeiland Lelystad en de inrichting van de dorpen en steden die de twintigste-eeuwse denkbeelden weerspiegelt over steden- en woningbouw.

Veel van de Flevolandse elementen en structuren zijn jonger dan de tot voor kort voor monumenten gehanteerde grens van vijftig jaar. De gebouwde omgeving, maar ook de inrichting van de Noordoostpolder, behoort voor een groot deel tot de zogenaamde Wederopbouwarchitectuur.

Samenvatting
De aardkundige waarden en het archeologische erfgoed van Flevoland zijn grotendeels onzichtbaar. Het gaat voornamelijk om afgedekte prehistorische landschappen en scheepswrakken die geen relatie hebben met het huidige landschap. Het Zuiderzeeproject zorgde voor een inrichting en landschap met veel rechte lijnen dat zichtbaar is ontworpen door mensenhand. Dit tekent meteen ook de eigenheid van het Flevolandse erfgoed: gescheiden onderlagen met een duidelijke cesuur in bewoning en gebruik: land - water - land en een bovenlaag die bestaat uit een naoorlogs ontworpen landschap en moderne twintigste-eeuwse stedenbouw. Het bodemarchief en het polderlandschap zijn vrijwel gescheiden entiteiten, waardoor de integratie van de archeologische waarden in het huidige landschap nogal eens wordt bemoeilijkt.

Steunpunt Archeologie en jonge Monumenten Flevoland